Los een vergelijking op door aan beide kanten hetzelfde te doen. Tik op het =-teken om een bewerking te kiezen, tik op een rekenteken om uit te rekenen en sleep termen om ze te verplaatsen.
Hoe werkt het?
Typ rechts een vergelijking, bijvoorbeeld 3x + 2 = x + 10, en klik op Start.
Tik op = en kies wat je aan beide kanten doet: erbij, eraf, keer of delen door. Wat je typt, komt aan beide kanten te staan.
Tik op een + of − tussen twee termen om ze samen te nemen. Dat lukt alleen bij gelijksoortige termen die naast elkaar staan. Anders schudt de vergelijking.
Sleep een term om hem te verplaatsen binnen dezelfde kant. Het teken ervoor gaat mee.
Tik op × of : om te vermenigvuldigen of te delen. Haakjes werk je weg door op het getal vóór de haakjes te tikken, of op de haakjes zelf.
Staat er x = …, dan kleurt de regel groen. Met Controleer vul je de oplossing in de startvergelijking in.
Rechtsboven telt de tool de stappen. Lukt het in minder stappen? Een stap die een getal als 0,33 midden in de berekening oplevert, kan niet: kies dan een andere route.
Balans laat vergelijkingen als 3x + 2 = x + 10 zien als zakjes en knikkers. Haal zakjes en knikkers weg met de −-knoppen (of tik op de voorwerpen) en leg er iets bij met +. Liggen er alleen nog zakjes tegenover knikkers, dan vraagt de tool hoeveel knikkers er in een zakje zitten. Bij het goede antwoord blijft de balans met open zakjes in evenwicht en schrijft de tool de deelstap op. Aan het eind kun je de zakjes in de startbalans openmaken als controle. Je doet het eerst aan één kant: de balans kantelt. Met Doe hetzelfde komt hij weer in evenwicht.
Naast elkaar toont balans en symbolen tegelijk. Je kunt in allebei werken; de andere kant beweegt mee. Een bewerking vanuit de symbolen zie je op de balans als schimmen, nieuwe voorwerpen of groepjes; Ruim de balans op rekent de stap uit. Zet de presentatiestand aan voor naast elkaar; op een smal scherm staan ze onder elkaar.
Werkwijze leerling (zijpaneel) bouwt de ondersteuning af. Kies stap: de leerling kiest alleen de bewerking aan beide kanten, de tool rekent uit. Reken: de leerling kiest én tikt zelf uit. Schrijf: de leerling typt zelf de volgende regel; de tool controleert alleen of die gelijkwaardig is aan de vorige.
Bewerking noteren: In de regel zet de bewerking in de vergelijking (2x + 3 − 3 = 11 − 3). Eronder schrijft hem onder beide kanten, zoals op papier, en toont daaronder meteen de nieuwe regel. Zolang je de bewerking nog moet uitrekenen, blijft hij in de regel staan.
Gelijksoortige termen op Automatisch: na elke stap neemt de tool losse getallen en letterterm(en) zelf samen. Vermenigvuldigen, delen en haakjes tik je nog zelf. Werkt bij de werkwijze Reken.
Presentatiestand verbergt het zijpaneel en schaalt de vergelijking zo groot mogelijk zonder dat je hoeft te scrollen. Bij de balans staan de knoppen dan naast de schalen. Sluiten kan met Esc.
Optioneel: zet rechts Term over = slepen aan. Met tussenstap laat de tool zien wat er aan beide kanten gebeurt; met direct springt de term met omgekeerd teken naar de overkant.
Gebruik Kopieer link om een vergelijking klaar te zetten voor leerlingen. Alles draait in je eigen browser; er wordt niets naar een server gestuurd.